| Meetperiode | Utrecht | Nederland |
|---|---|---|
| 2019 | 140 | 2.310 |
| 2020 | 140 | 1.960 |
| 2021 | 160 | 1.915 |
| 2022 | 275 | 3.665 |
| 2023 | 175 | 2.375 |
| 2024 | 180 | 2.105 |
| 2025 | 160 | 2.010 |
Het CBS telt vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Een extra locatie van een voortgezet bedrijf valt daarbuiten. Tot en met 2023 definitief, 2024 nader voorlopig en 2025 voorlopig. Aantallen zijn afgerond. CBS StatLine 83631NED; selectie 431100, PV26.
De meetpunten voor Utrecht
Het verloop in Utrecht begint bij 140 in 2019 en bereikt 160 in 2025. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen 0, +20, +115, -100, +5, -20 oprichtingen. De grootste absolute stap voor Sport en recreatie valt tussen 2021 (160) en 2022 (275). In deze selectie geldt 2019 met 140 als laagste meetpunt, en 2022 met 275 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 115 onder dat maximum en 20 boven het minimum van Utrecht.
Hoe verhoudt Sport en recreatie zich tot het gebied?
Van 2019 tot 2025 verschoof het totaal voor Utrecht van 18.425 naar 16.575 oprichtingen. De verandering binnen Sport en recreatie was +20, bij een totale regionale beweging van -1.850. In 2019 kwam de categorie daarmee uit op 0,76 procent van Utrecht en in 2025 op 0,97 procent. Binnen dezelfde regio heeft Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling een bijna zo grote telling (170), vanuit 190 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Hoeveel openingen per honderd bestaande vestigingen?
Een tweede CBS-tabel geeft het aantal bestaande vestigingen van Sport en recreatie op 1 januari 2025: 2.100 in Utrecht en 29.055 in Nederland. De oprichtingenstatistiek telt vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Gedurende 2025 staan respectievelijk 160 en 2.010 van zulke oprichtingen geregistreerd. Per honderd vestigingen aan het begin van het jaar komt dat neer op 7,62 voor Utrecht en 6,92 landelijk. Voor een wervingsbrief over openingen is dat een andere maat dan het absolute aantal 160. De verhouding bevat geen individuele kandidaten of contactadressen.
Op 1 januari 2026 staan er 2.150 vestigingen van Sport en recreatie in Utrecht. Het verschil met 1 januari 2025 bedraagt +50 vestigingen. Zet die verandering naast de 160 openingen in Utrecht. Ook landelijk wijkt de verandering in de stand (+585) af van het aantal oprichtingen (2.010). Verhuizingen, opheffingen en wijzigingen in de registratie kunnen de stand mede beïnvloeden. De twee metingen leveren daardoor geen berekende lijst van stoppers op.
Van Utrecht naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Sport en recreatie in 2025 2.010 oprichtingen; in 2019 waren het er 2.310. De landelijke beweging over dat venster komt neer op -13%, tegenover +14,3% voor Utrecht. In absolute aantallen ligt Nederland -300 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Utrecht in de nationale reeks gaat van 6,06 naar 7,96 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Sport en recreatie binnen het regionale totaal van 16.575.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Sport en recreatie en een beschikbare beginmeting zijn er 4 met een hogere eindstand dan Utrecht. De stand van 160 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Overijssel met 140, gevolgd door Limburg met 120. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,75 procent in Flevoland tot 1,32 procent in Overijssel. Ter vergelijking staat Utrecht op 0,97 procent voor Sport en recreatie.
Een aanleiding zoeken om ondernemers te spreken
Leg een netwerkpartner uit Utrecht bij een intake twee groepen voor: de nieuwe vestigingen binnen Sport en recreatie (CBS, 2025: 160) en die binnen Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling (170). Vraag welke ervaringen bij een opening in elk werkveld terugkomen. Komen de geïnteresseerden zelf uit Utrecht, of zou juist Overijssel een logischer gespreksgebied zijn? Voor Sport en recreatie telt deze bron vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Een gewone extra locatie van een voortgezet bedrijf valt buiten deze reeks. Houd eigenaar, vestiging en vrijwillig aangemelde kandidaat apart op de gesprekslijst.




