| Meetperiode | Utrecht | Nederland |
|---|---|---|
| 2019 | 50 | 1.155 |
| 2020 | 45 | 1.025 |
| 2021 | 40 | 1.145 |
| 2022 | 40 | 1.245 |
| 2023 | 50 | 1.315 |
| 2024 | 40 | 1.045 |
| 2025 | 30 | 710 |
Het CBS telt vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Een extra locatie van een voortgezet bedrijf valt daarbuiten. Tot en met 2023 definitief, 2024 nader voorlopig en 2025 voorlopig. Aantallen zijn afgerond. CBS StatLine 83631NED; selectie 330300, PV26.
De meetpunten voor Utrecht
Het verloop in Utrecht begint bij 50 in 2019 en bereikt 30 in 2025. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen -5, -5, 0, +10, -10, -10 oprichtingen. De grootste absolute stap voor Metaalproductenindustrie valt tussen 2022 (40) en 2023 (50). In deze selectie geldt 2025 met 30 als laagste meetpunt, en 2019 met 50 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 20 onder dat maximum en 0 boven het minimum van Utrecht.
Hoe verhoudt Metaalproductenindustrie zich tot het gebied?
Van 2019 tot 2025 verschoof het totaal voor Utrecht van 18.425 naar 16.575 oprichtingen. De verandering binnen Metaalproductenindustrie was -20, bij een totale regionale beweging van -1.850. In 2019 kwam de categorie daarmee uit op 0,27 procent van Utrecht en in 2025 op 0,18 procent. Binnen dezelfde regio heeft Basismetaal, metaalprod.-industrie een bijna zo grote telling (30), vanuit 50 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Hoeveel openingen per honderd bestaande vestigingen?
Een tweede CBS-tabel geeft het aantal bestaande vestigingen van Metaalproductenindustrie op 1 januari 2025: 745 in Utrecht en 16.260 in Nederland. De oprichtingenstatistiek telt vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Gedurende 2025 staan respectievelijk 30 en 710 van zulke oprichtingen geregistreerd. Per honderd vestigingen aan het begin van het jaar komt dat neer op 4,03 voor Utrecht en 4,37 landelijk. Voor een wervingsbrief over openingen is dat een andere maat dan het absolute aantal 30. De verhouding bevat geen individuele kandidaten of contactadressen.
Op 1 januari 2026 staan er 765 vestigingen van Metaalproductenindustrie in Utrecht. Het verschil met 1 januari 2025 bedraagt +20 vestigingen. Zet die verandering naast de 30 openingen in Utrecht. Ook landelijk wijkt de verandering in de stand (-85) af van het aantal oprichtingen (710). Verhuizingen, opheffingen en wijzigingen in de registratie kunnen de stand mede beïnvloeden. De twee metingen leveren daardoor geen berekende lijst van stoppers op.
Van Utrecht naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Metaalproductenindustrie in 2025 710 oprichtingen; in 2019 waren het er 1.155. De landelijke beweging over dat venster komt neer op -38,5%, tegenover -40% voor Utrecht. In absolute aantallen ligt Nederland -445 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Utrecht in de nationale reeks gaat van 4,33 naar 4,23 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Metaalproductenindustrie binnen het regionale totaal van 16.575.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Metaalproductenindustrie en een beschikbare beginmeting zijn er 6 met een hogere eindstand dan Utrecht. De afgeronde telling 30 komt voor bij 3 gebieden. Het dichtst in absolute aantallen komt Fryslân met 30, gevolgd door Zeeland met 30. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,17 procent in Noord-Holland tot 0,87 procent in Zeeland. Ter vergelijking staat Utrecht op 0,18 procent voor Metaalproductenindustrie.
Een aanleiding zoeken om ondernemers te spreken
Leg een netwerkpartner uit Utrecht bij een intake twee groepen voor: de nieuwe vestigingen binnen Metaalproductenindustrie (CBS, 2025: 30) en die binnen Basismetaal, metaalprod.-industrie (30). Vraag welke ervaringen bij een opening in elk werkveld terugkomen. Komen de geïnteresseerden zelf uit Utrecht, of zou juist Fryslân een logischer gespreksgebied zijn? Voor Metaalproductenindustrie telt deze bron vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Een gewone extra locatie van een voortgezet bedrijf valt buiten deze reeks. Houd eigenaar, vestiging en vrijwillig aangemelde kandidaat apart op de gesprekslijst.



